Bach bloesemtherapie
Fysieke aandoeningen zijn volgens dokter Bach een signaal voor emotionele disbalans. In zijn functie als
arts viel het hem op dat een bepaald type aandoening gekoppeld is aan een bepaald type mens.
In de praktijk blijkt dat dit ook geldt voor dieren.
Bij het onderzoeken van planten merkte hij dat hij op verschillende tijdstippen op dezelfde manier op
een plant reageerde en dat die invloed had op de gemoedstoestand. Hij realiseerde zich dat de dauwdruppels,
die ‘s morgens vroeg op de bloemen liggen en door de zon verwarmd worden, de kracht van die bloemen op
moeten kunnen nemen.
De dauw bevat bloesemenergie. Gegeven aan een dier met een tekort aan juist die energie,
zal dit water genezend werken, omdat de bloesemenergie een tekort aanvult.
Bach is op die manier gekomen tot 38 typeringen die overeenstemmen met 38 bloesemremedies.
Geschiedenis
‘Edward Bach werd geboren in 1886 in Engeland. Toen hij op zestienjarige leeftijd van school kwam was hij
vastbesloten arts te worden. Omdat hij vond dat hij zijn ouders niet kon vragen in de kosten van de lange
medische opleiding te voorzien, besloot hij eerst in de kopergieterij van zijn vader te gaan werken.
Drie jaar lang werkte hij in de Bach fabrieken in Birmingham. Te midden van zijn medearbeiders, kreeg hij
inzicht in het menselijke karakter, dat later de basis zou vormen van zijn toekomstige werk.
Bij de arbeiders in de fabriek heerste altijd de angst om ziek te worden. Ziek worden betekende voor hen
verlies van werk en inkomsten. Zij werkten vaak door, omdat ziek zijn ook nog eens een zware last van
medische uitgaven betekende. Hij zag ook dat er aan de klachten van de mensen niet veel meer werd gedaan
dan het onderdrukken van de symptomen en het werd hem duidelijk dat hij een eenvoudige manier van genezing
wilde vinden die lichaam en geest zouden genezen, die chronische ziekten zou genezen.
Op 20-jarige leeftijd begon hij aan zijn medische opleiding. Als medisch student ontdekte hij bij zijn
observaties in het ziekenhuis dat niet alle patiënten die dezelfde ziekte hadden ook genazen bij dezelfde
behandeling. Dat het geneesmiddel, dat blijkbaar in staat was om een aantal van hen wèl te genezen,
op anderen totaal geen effect had. Hij realiseerde zich toen al dat patiënten met een soortgelijke
persoonlijkheid vaak op hetzelfde geneesmiddel reageerden, terwijl anderen, met een andere persoonlijkheid,
een andere behandeling nodig hadden, ondanks dat zij aan dezelfde kwaal leden. Zo kwam hij er al vroeg
achter dat de persoonlijkheid van het individu van nog groter belang was bij de ziekte dan het lichaam,
dat een bepaald type aandoening gekoppeld was aan een bepaald type mens.
Toen Edward Bach de werken van Hahnemann las, een Duitse arts uit de
18e eeuw die bekend is geworden als de vader van de homeopathie, kwam hij tot de slotsom dat er tussen
Hahnemann en hem een grote overeenkomst bestond, namelijk dat het principe van het echte genezen lag
in het behandelen van de zieke en niet zijn ziekte. Edward Bach veronderstelde dat de oorzaak van ziekte
negatieve gemoedstoestanden zoals angst, verdriet, onzekerheid, eenzaamheid, ongeduld enzovoort moest zijn.
En dit was het eigenlijke begin van zijn nieuwe werk. In begin 1930 gaf Edward Bach zijn praktijk
in Londen op, vertrok naar Wales en wendde al zijn tijd aan om in de natuur naar geneesmiddelen te zoeken’
(www.reikicentrum.nl).
